Laat ik vandaag even een knuppel in het hoenderhok gooien en melden:  

Ik ben niet (NIET!) verantwoordelijk voor de gevoelens van een ander en jij bent dat ook niet (ookal voelt het vaak alsof je dat wel bent)

Ik heb geen (GEEN!) invloed op hoe mijn acties of woorden bij een ander binnenkomen en jij evenmin alhoewel ook dat vaak anders ljkt.  

Ik dacht ook lang van wel dat ik de gevoelens van een ander kon beïnvloeden en deed vaak enorm mijn best om die te sparen door dingen op exact de juiste manier, met de juiste gezichtsuitdrukking en met de juiste woorden en intonatie te zeggen. Achteraf gezien lief. Heel lief. Maar zinloos. 

Het is een wijdverbreid misverstand dat ik ervoor kan zorgen dat jij je op een bepaalde manier voelt. Dat leek mij ook altijd logisch tot ik inzicht kreeg in de 3 principes en ging zien dat iedereen altijd zijn/haar eigen denken ervaart in plaats van iets of iemand. Ieder van ons voelt het eigen denken, nooit wat er tegen je gezegd wordt.

Om dat met een aantal voorbeelden toe te lichten: 

Ik kan je vertellen dat je prachtig bent, maar als jij de gedachte “Ik ben te dik” gelooft, dan komen mijn woorden niet binnen. 

Ik kan je vertellen dat je jouw werk geweldig hebt gedaan, maar als jij denkt aan de recordsnelheid waarmee je het voor jouw gevoel afraffelde, geloof je mijn compliment niet. 

Ik kan je vertellen dat ik van niemand ooit zoveel heb gehouden als van jou, en afhankelijk van jouw eigen denken ontvang je dat als benauwend of geweldig. 

Andersom geldt uiteraard hetzelfde. Feitelijk kun je me vertellen wat je maar wilt en ik zal ontvangen wat in mijn denkkader en geloof over mezelf past.  Waarbij wat ik geloof over mezelf vaak niets te maken heeft met de realiteit of de mening van andere mensen (logisch, want ook ik beleef en voel het denken aan mijn kant). 

Zeg je me: “Linda, dat blauwe haar staat je voor geen meter”, dan hoor ik verwarring aan jouw kant en vermoed ik dat er iets mis is met je gezichtsvermogen. Geen grijze haar op mijn hoofd die eraan zal denken om naar de spiegel te rennen om mijn haarkleur te controleren. Ik weet immers zeker dat het grijs is en niet blauw. Aan mijn kant gebeurt er niks qua onzekerheid of geraakt zijn. 

Zeg je me: “Linda, de blauwe bril die je op hebt, ik vind hem je matig staan”, dan prikt dat. Er start een klein gedachtentreintje dat gevoelens oproept omdat ik zelf – ondanks complimenten van anderen – het idee heb dat ik er leuker uitzie zonder die bril. Je zou kunnen zeggen dat ik een heilig geloof heb in de gedachte “ik zie er minder leuk uit met een bril”. Door dit heilige geloof in deze gedachte, kan ik jouw opmerking als pijnlijk ervaren. Niet omdat de opmerking zelf intrinsiek pijnlijk is.  

Dat inzicht zorgt ervoor dat ik veel minder bezig ben met hoe mijn gedrag dat van een ander beïnvloedt. Dat scheelt een heleboel denken waardoor er energie overblijft die vroeger verloren ging aan het rekening houden met de gevoelens van een ander. Ben ik daardoor onaardig en onverschillig geworden? Ik vind van niet maar ook daarvoor geldt: iedereen zal mijn woorden en gedrag, afhankelijk van zijn of haar eigen denken over zichzelf en de wereld, passend in dat denkkader ervaren. 

Het idee dat we de gevoelens van anderen kunnen sparen of juist kunt kwetsen, is hardnekkig. Om meer te gaan herkennen dat de menselijke ervaring inside out werkt (en niet outside in – zie dit artikel) helpt het om te kijken waar je ziet dat wat ik hier schrijf, klopt. Misschien in een heel klein voorbeeldje. Heb jij zo’n klein of groot voorbeeld, waarin je herkent dat het niet de woorden van de één waren die de ander kwetsten, maar de gedachten die de persoon in kwesties geloofde? Leuk als je het met me deelt in een reactie!