Hoe kun je nu weten of een bepaalde situatie ‘slecht’ is? Je krijgt een ziekte, je kind werkt zichzelf in de nesten, je partner gaat ervandoor; ik noem maar wat. Het is gebruikelijk om daar direct een mening over te hebben. Een mening die automatisch opkomt, omdat we nu eenmaal zo geprogrammeerd zijn. Omdat iedereen het vindt. Omdat het ‘normaal’ is om dat te vinden.
Bij voorbaat stellen we vast dat de genoemde situaties niet gewenst zijn. Daar is iedereen het ook mee eens. Er is medeleven of -lijden, want dit is erg en stel je voor dat het mij zou gebeuren. Heftig. Vreselijk. Of toch minstens heel vervelend.
Maar hoe weten we dat? Zijn er situaties die per definitie slecht zijn? Dat ‘per definitie’ geeft al aan dat wij als mensje iets afgekaderd hebben. In een hokje gestopt. Ziektes, problemen, relatiebreuken: hup, in het hokje ‘slecht’.
Pleit ik voor ombuigen van problemen? Nee. Wil ik in ziekte een uitnodiging zien om beter voor jezelf te zorgen of zo? Nee. Wil ik in de problemen van het kind een les zien? Nee. Wil ik de relatiebreuk als een kans zien om een ‘betere’ partner te krijgen? Nee.
Wat ik zeg is, dat we in werkelijkheid helemaal NIETS weten over welke situatie dan ook. Wat ik zie is dat we de mogelijkheid hebben om het open te laten. Nieuwsgierig te zijn naar het ontvouwen van het leven in plaats van klakkeloos een (collectieve) mening te gooien over alles wat zich afspeelt. Je hoeft andermans gedachten niet de jouwe te maken en je hoeft zelfs jouw eigen gedachten niet te geloven.
Is het goed? Is het slecht? Het is.
(En wat beweegt het makkelijk zonder al die meningen!)